HVVCAPITAL

Terug naar artikelen

Tijdloze bergtocht bij zonsopgang

Met pensioen? Uw vermogen hoeft dat niet

15 september 2026

Met pensioen gaan voelt als een natuurlijk moment om risico af te bouwen.

Het inkomen uit arbeid stopt. Het vermogen krijgt een andere functie. En de gedachte dat grote koersdalingen niet meer kunnen worden terugverdiend met toekomstige salarisinkomsten is begrijpelijk.

Veel beleggers worden daarom rond hun pensioen aanzienlijk defensiever.

Dat kan verstandig zijn.

Maar te defensief beleggen brengt óók risico met zich mee.

Want wie op 68-jarige leeftijd stopt met werken, heeft waarschijnlijk nog een veel langere beleggingshorizon dan het woord pensioen doet vermoeden.

Pensioen is geen einddatum

Volgens de huidige prognose van het CBS heeft een 68-jarige gemiddeld nog ongeveer 18,3 levensjaren voor zich. Statistisch loopt de horizon dus door tot ruim 86 jaar.

En een gemiddelde is geen einddatum.

Een deel van de mensen leeft aanzienlijk langer. Voor een vermogensplan is het daarom niet vreemd om rekening te houden met een periode van twintig jaar of meer.

Dat verandert de manier waarop naar risico moet worden gekeken.

Het vermogen hoeft op de pensioendatum immers niet volledig beschikbaar te zijn. Alleen het deel dat op korte termijn nodig is voor uitgaven, aanvullend inkomen of onverwachte kosten heeft daadwerkelijk een korte horizon.

Een groot deel van het vermogen kan veel langer blijven werken.

Veilig voelt niet altijd veilig

Een portefeuille met veel spaargeld en kortlopende obligaties beweegt weinig.

Dat voelt veilig.

Maar veiligheid moet niet alleen worden gemeten in koersschommelingen. Het gaat uiteindelijk om wat iemand met zijn vermogen kan blijven kopen.

Daar speelt inflatie een belangrijke rol.

De Nederlandse consumentenprijzen zijn tussen 1996 en 2025 bijna verdubbeld. Dat komt neer op een gemiddelde prijsstijging van ongeveer 2,3% per jaar.

Dat percentage lijkt bescheiden.

Over achttien jaar is het dat niet.

Bij 2,3% inflatie kost iets dat vandaag €100.000 kost over achttien jaar ongeveer €152.000. Anders gezegd: €100.000 dat in nominale termen niet groeit, verliest in die periode ongeveer een derde van zijn koopkracht.

En dan zijn belasting en kosten nog niet meegenomen.

Een portefeuille die nauwelijks beweegt, kan dus toch ieder jaar armer worden.

Het echte risico verandert na pensionering

Voor iemand die werkt, ligt de nadruk vaak op vermogensopbouw.

Na pensionering verschuift dat.

Er komen onttrekkingen uit het vermogen. Daardoor wordt het belangrijker om te voorkomen dat beleggingen op een ongunstig moment moeten worden verkocht. Een forse beursdaling vlak nadat iemand met pensioen gaat kan schadelijk zijn wanneer tegelijkertijd grote bedragen uit de portefeuille moeten worden opgenomen.

Dat pleit voor voorzichtigheid.

Maar niet noodzakelijk voor een volledig defensieve portefeuille.

Het pleit vooral voor een betere inrichting.

De relevante vraag is niet: hoeveel aandelen mag iemand van 68 nog hebben?

De relevante vraag is: welk deel van het vermogen moet wanneer beschikbaar zijn?

Niet één horizon, maar meerdere

Wij kijken daarom liever naar verschillende functies binnen het vermogen.

Een portefeuille kan bijvoorbeeld worden opgebouwd uit:

Dat onderscheid is belangrijk.

Geld dat volgend jaar nodig is, hoort niet afhankelijk te zijn van de aandelenmarkt.

Maar geld dat pas over vijftien jaar nodig is, behandelen alsof het volgend jaar beschikbaar moet zijn, kan eveneens onverstandig zijn.

Dan wordt kortetermijnveiligheid gekocht ten koste van langetermijnkoopkracht.

De pensioenpot moet blijven werken

Na pensionering verandert de functie van vermogen, maar het belang van rendement verdwijnt niet.

Integendeel.

Het vermogen moet mogelijk tientallen jaren inkomen aanvullen. Ondertussen stijgen prijzen, worden kosten gemaakt en speelt belasting een rol. Wie uitsluitend probeert iedere tussentijdse koersdaling te vermijden, loopt daarom het risico een ander probleem te creëren: onvoldoende groei.

Aandelen kunnen daarin een belangrijke functie houden.

Niet omdat aandelen ieder jaar stijgen. Dat doen zij niet.

Maar omdat beleggers via aandelen mede-eigenaar zijn van ondernemingen die omzet genereren, winst maken, prijzen kunnen verhogen, investeren en kapitaal laten groeien.

Die economische groei is juist over langere perioden belangrijk.

Een pensioenportefeuille zonder voldoende groeivermogen kan daardoor op het eerste gezicht veilig zijn, maar steeds moeilijker dezelfde levensstandaard financieren.

Leeftijd alleen is geen risicoprofiel

De bekende vuistregel dat iemand automatisch steeds defensiever moet beleggen naarmate hij ouder wordt, is daarom te eenvoudig.

Leeftijd is relevant.

Maar liquiditeitsbehoefte, uitgaven, pensioeninkomen, omvang van het vermogen, nalatenschapswensen en beleggingshorizon zijn minstens zo belangrijk.

Iemand van 68 die vrijwel zijn volledige vermogen nodig heeft om de komende vijf jaar van te leven, bevindt zich in een heel andere situatie dan iemand van dezelfde leeftijd met AOW, pensioeninkomen en een portefeuille waarvan een aanzienlijk deel waarschijnlijk pas veel later nodig is.

De geboortedatum is hetzelfde.

Het benodigde beleggingsbeleid niet.

Wat wij onder pensioenbeleggen verstaan

Bij HVVCapital begint de inrichting van vermogen na pensionering daarom niet met de vraag hoeveel risico iemand op basis van zijn leeftijd zou mogen nemen.

We beginnen met de kasstromen.

Wat komt er binnen? Wat gaat eruit? Welk vermogen is de komende jaren nodig? Welk deel moet stabiliteit bieden? En welk deel heeft voldoende tijd om door te groeien?

Pas daarna ontstaat een passende portefeuille.

Dat helpt om twee fouten te vermijden.

Te veel risico nemen met vermogen dat binnenkort nodig is.

Maar óók te weinig risico nemen met vermogen dat nog twintig jaar moet meegaan.

Tot slot

Met pensioen gaan betekent niet dat het vermogen ook met pensioen gaat.

Wie op 68-jarige leeftijd stopt met werken, heeft gemiddeld nog ruim achttien jaar voor zich. Voor veel mensen zal de financiële planning bovendien rekening moeten houden met een nog langere periode.

In die jaren blijft inflatie doorwerken.

Belasting en kosten verdwijnen evenmin.

Daarom is het vermijden van koersschommelingen niet hetzelfde als het vermijden van risico.

Een goede pensioenportefeuille moet twee dingen tegelijk kunnen doen: voldoende rust creëren voor het vermogen dat binnenkort nodig is én voldoende groei behouden voor het vermogen dat nog jarenlang kan blijven staan.

De vraag is dus niet of u na uw pensioen nog risico moet nemen.

De vraag is welk deel van uw vermogen nog tijd heeft.

En voor veel gepensioneerden is dat meer dan zij denken.