Hogere rente doet pijn. En maakt obligaties interessanter
22 september 2026
Obligaties hebben de afgelopen jaren hun reputatie als rustige hoek van de portefeuille niet altijd waargemaakt. Rentes stegen stevig, koersen daalden en beleggers zagen verliezen op een deel van hun vermogen dat juist bedoeld was om stabiliteit te bieden.
Dat voelt tegenstrijdig. Wie obligaties koopt, verwacht immers geen aandelenachtige onrust. Toch hoort koersbeweging bij obligaties, zeker wanneer de rente snel verandert.
Het goede nieuws is dat hogere rente niet alleen pijn doet. Ze verbetert ook de uitgangspositie voor toekomstige rendementen.
Waarom obligaties dalen als de rente stijgt
De werking is in de kern eenvoudig. Stel dat u een obligatie bezit die 2% rente betaalt. Als nieuwe, vergelijkbare obligaties ineens 4% bieden, is uw obligatie met 2% minder aantrekkelijk. Om weer concurrerend te worden, moet de koers omlaag.
Hoe langer de looptijd, hoe sterker die gevoeligheid meestal is. Langlopende obligaties reageren daardoor harder op rentebewegingen dan kortlopende leningen.
Die relatie werkt ook andersom. Als de rente daalt, worden bestaande obligaties met een hogere coupon aantrekkelijker en kunnen hun koersen stijgen.
Renterisico is dus geen fout in het systeem. Het is een eigenschap van obligaties.
De pijn van vandaag verbetert het rendement van morgen
Een lagere koers is vervelend voor wie vandaag naar zijn portefeuille kijkt. Maar voor een belegger met tijd gebeurt er tegelijkertijd iets positiefs.
Nieuwe obligaties kunnen tegen hogere rendementen worden gekocht. Bij obligatiefondsen worden aflopende leningen geleidelijk vervangen door nieuwe leningen met aantrekkelijkere coupons. En bij individuele obligaties speelt daarnaast mee dat de koers, zolang de uitgever aan zijn verplichtingen voldoet, richting de nominale waarde beweegt naarmate de einddatum dichterbij komt.
Dat betekent niet dat koersverliezen genegeerd kunnen worden. Wel dat een hogere rente uiteindelijk de toekomstige rendementsmogelijkheden verbetert.
Dat is een belangrijk onderscheid.
De uitgangspositie telt
Bij beleggen wordt vaak vooral gekeken naar wat recent goed of slecht heeft gepresteerd. Maar de prijs waartegen u vandaag instapt, is minstens zo belangrijk.
Jarenlang was het probleem bij obligaties dat beleggers nauwelijks werden betaald voor het renterisico dat zij namen. De coupons waren laag en de ruimte voor koerswinst beperkt. Wie toen obligaties kocht, begon vanuit een weinig aantrekkelijke uitgangspositie.
Die situatie is veranderd.
Nu rentes hoger liggen, ontvangen beleggers weer een substantiëlere vergoeding. Dat maakt obligaties niet risicoloos, maar wel interessanter dan in de periode waarin rente vrijwel niets opleverde.
Een moeilijke periode achter de rug hebben en een aantrekkelijke belegging zijn, kunnen dus tegelijkertijd waar zijn.
Niet iedere obligatie is hetzelfde
Daarbij blijft het belangrijk om niet alle obligaties over één kam te scheren.
Een staatsobligatie van een financieel sterke overheid is iets anders dan schuld van een onderneming met een zwakke balans. Een looptijd van twee jaar kent een ander renterisico dan een looptijd van dertig jaar. En wie buiten de eurozone belegt, kan naast renterisico ook valutarisico lopen.
Juist nu hoogwaardige obligaties weer een redelijk rendement bieden, is het de vraag hoeveel extra risico nog nodig is om nog wat meer rendement na te jagen.
Dat is misschien wel een van de aantrekkelijkste kanten van de huidige obligatiemarkt: beleggers hoeven minder ver op de risicocurve om een betekenisvolle vergoeding te ontvangen.
Cash is niet hetzelfde als obligaties
De hogere spaarrente van de afgelopen jaren heeft veel vermogen richting deposito’s en geldmarktfondsen getrokken. Dat is begrijpelijk. Cash biedt liquiditeit en nauwelijks koersrisico en kan voor geld dat binnenkort nodig is precies de juiste plek zijn.
Maar cash en obligaties hebben niet dezelfde functie.
De rente op cash beweegt relatief snel mee met het beleid van centrale banken. Als de beleidsrente daalt, daalt het rendement op spaargeld en geldmarktproducten doorgaans ook mee.
Bij een obligatie met een langere looptijd legt u een bepaald rendement voor langere tijd vast. Daar staat koersgevoeligheid tegenover, maar die eigenschap kan juist waardevol worden wanneer rentes later dalen.
Daarom is de vraag niet simpelweg of cash beter is dan obligaties.
De vraag is welk deel van het vermogen welke taak heeft.
Obligaties als onderdeel van het geheel
Bij HVVCapital kijken wij daarom niet naar obligaties als een op zichzelf staande belegging, maar naar hun rol binnen de totale portefeuille.
Voor sommige cliënten is die rol vooral het genereren van inkomen. Voor anderen gaat het om stabiliteit of om het beschikbaar hebben van vermogen voor toekomstige onttrekkingen zonder op een ongunstig moment aandelen te hoeven verkopen.
Daarbij is het relevant dat obligaties nu weer meer worden betaald om die functie te vervullen.
Dat maakt ze niet spectaculair.
Maar vermogensbeheer hoeft ook niet spectaculair te zijn.
Het gaat erom dat ieder onderdeel van de portefeuille een duidelijke functie heeft en dat de vergoeding in verhouding staat tot het risico dat wordt genomen.
Tot slot
Hogere rente is op korte termijn slecht nieuws voor bestaande obligatiekoersen.
Maar daarmee is het verhaal niet af.
Dezelfde rentestijging die vandaag koersdruk veroorzaakt, zorgt ervoor dat nieuw kapitaal tegen aantrekkelijkere niveaus kan worden belegd. Coupons worden hoger, herbeleggingsmogelijkheden verbeteren en daarmee ook de toekomstige rendementsverwachtingen.
Dat is een paradox die vaker voorkomt bij beleggen.
Lagere prijzen voelen onaangenaam, maar kunnen toekomstige rendementen juist verbeteren.
Voor obligaties geldt daarom misschien meer dan ooit: kijk niet alleen naar de schade die achter u ligt, maar ook naar de uitgangspositie die ervoor in de plaats is gekomen.